Hydrofyten: vergeten werkpaarden?
- Len De Wulf
- 13 feb
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 14 feb

Wie in het bezit is van een plantenfilter voelt zich ongetwijfeld vertrouwd met de naam ‘helofyt’, jouw plantenfilter staat er vol mee, maar als het gaat over hydrofyten horen velen het in Keulen donderen. Dat is best vreemd te noemen, want als we de natuur als inspiratie gebruiken, zien we een groot aandeel aan hydrofyten in evenwichtige vijvers, dus waarom ontbreken ze dan in de meeste zwemvijvers?
Wat zijn hydrofyten?
Hydrofyten en helofyten zijn allemaal planten, maar waar helofyten het grootste deel van hun loof boven water hebben staan, zit bij hydrofyten een groot deel of zelfs alles onder water. Onder de groep hydrofyten vinden we de zogenaamde ‘zuurstofplanten’ terug, maar ook gewortelde planten met drijvende bladeren zoals waterlelies alsook drijfplanten.
Waar helofyten hun voeding bijna hoofdzakelijk opnemen via het wortelgestel nemen vele hydrofyten ook voeding op via het loof dat onder water groeit. Hydrofyten groeien dus graag in diepere zones van de vijver, zijnde ongeveer tussen 60cm en de 1m diep.
Krachtpatsers
Het groeiseizoen van hydrofyten valt later in het jaar dan helofyten. Zodra we starten aan de zomer hebben de meeste helofyten hun groeispurt al achter de rug en staan hydrofyten klaar om een versnelling hoger te schakelen. Bij een zwemvijver met enkel helofyten lopen we dus risico op een te trage opname van voeding in de zomer, soms met algen als gevolg. Echter is dit niet hun enige reden tot succes, ik licht graag toe waar zuurstofplanten, waterlelies en drijfplanten elks in uitblinken.
Zuurstofplanten worden in de handel vaak als onaantrekkelijke busseltjes verkocht, meestal met een hogere kostprijs dan imposante mooie helofyten die een tafel verder staan uitgestald. Wie geen kennis heeft loopt ze dus meestal straal voorbij. Echter moeten we ze op handen dragen voor hun functie, al vind ik ze zelf minstens even mooi als vele helofyten. (Let op: In de handel vind je ook ‘zuurstofplanten’ aangeboden in mandjes boven water. Echter, de meest nuttige soorten zijn soorten die uitsluitend onder water kunnen groeien en dus steeds aangeboden worden in een met water gevulde beker.)
Waar zuurstofplanten voornamelijk in uitblinken is hun adaptiviteit aan fluctuerende omgevingsfactoren. Denk hierbij vooral aan voedsel in het water, temperatuur en licht. De snelheid waarmee zuurstofplanten zich kunnen aanpassen ligt vele male hoger dan bij helofyten. Zuurstofplanten zijn dus ideaal in het ecosysteem om eventuele algen te snel af te zijn en bieden dus een beter afgestemde concurrentie in vergelijking met helofyten.
Bij drijfplanten kunnen we ongeveer hetzelfde beeld schetsen als bij zuurstofplanten, maar door het feit dat bijna elke goed uitgevoerde zwemvijver een skimmer heeft (of toch iets wat daar op lijkt) worden ze niet vaak toegepast.

Tot slot hebben we nog de planten die wortelen in substraten en een drijvend blad hebben en daarbij denken we voornamelijk aan waterlelies. Zij hebben net zoals zuurstofplanten een latere groeispurt dan helofyten, maar missen de snelle adaptiviteit die zuurstofplanten wel hebben. Waterlelies halen hun voeding voornamelijk uit de bodem, waardoor ze sowieso geen 1 op 1 vervanging zouden kunnen zijn voor zuurstofplanten. Echter blinken waterlelies dan weer uit in de schaduw die ze voorzien onder water. Ze dragen actief bij aan minder fluctuatie in de watertemperatuur en dragen zo hun steentje bij aan een algenvrij resultaat.
Strak plan
Ik prijs hydrofyten de hemel in en menig deskundigen zullen mij daarin volgen, dus wat precies aan de basis ligt van het afnemende aandeel hydrofyten in zwemvijverprojecten is niet helemaal duidelijk. Er zijn op zijn minst enkele evoluties in de zwemvijvermarkt die kunnen zorgen voor een verklaring.
Waar vroeger zwemvijvers steeds een organische natuurgetrouwe recreatie waren met verschillende dieptes en zones worden zwemvijvers alsmaar strakker en ‘kaler’. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, maar in de praktijk zien we dat hydrofyten geen plaats meer krijgen in zulke concepten. Bijkomend zorgen een steeds strenger wordende wetgeving voor tuinen en steeds kleiner wordende percelen ervoor dat de plaats die hydrofyten vroeger kregen gewoon niet meer aan bod komt op de tekentafel.
Hun afwezigheid is ook deels te wijten aan professionele handelaren en aanlegbedrijven met een te beperkte kennis rond plantengroei en waterbiologie. Het nut van hydrofyten wordt door hen vaak onderschat. Menig bouwer rept met geen woord over hydrofyten bij de klant. Jammer, want achteraf toevoegen is in vele concepten quasi niet meer mogelijk.
Een absolute must?
Zelf heb ik moeite om een zwemvijver te ontwerpen waar geen plaats is voor hydrofyten, maar dat is natuurlijk geen argument om ze ineens als ‘noodzakelijk’ te bestempelen.
Menig zwemvijver heeft geen hydrofyten en draait mooi evenwichtig enkel en alleen met de groei van helofyten. We kunnen echter niet onder stoelen of banken steken hoe efficiënt hydrofyten zijn als concurrentie voor algen, wat meteen hun belang in de verf zet.
Kortom, heel je zwemvijver afbreken omdat er geen plaats is voor hydrofyten zijn een aantal bruggen te ver, maar wie nog in de oriënterings- of ontwerpfase zit heeft de kans om deze (helaas) vergeten werkpaarden van het vijvermilieu toch een plaats te gunnen. Je toekomstige zelf zal je dankbaar zijn.

Opmerkingen